Artikelen

‘Ik heb spijt als haren op mijn hoofd dat ik mijn kind niet liet vaccineren.’

‘Het was alsof we een vreemd kind terugkregen. Het knaagt aan me dat een simpele prik dat had kunnen voorkomen’.

Veel bevindelijk gereformeerden zien vanwege hun geloof af van vaccinaties. Dat verzet houdt stand omdat deze gelovigen een gesloten gemeenschap vormen. Ook Katelijne woont in de Bible belt en liet haar dochtertje niet vaccineren. Nu heeft ze daar ongelooflijk veel spijt van.
Katelijne (34):

‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’ is me altijd verteld. En ik heb het altijd geloofd. Tot nu. Hoe hard ik het ook probeer, ik kan onmogelijk ook maar iets zinnigs ontdekken in de wetenschap dat dit kasplantje, dat vierentwintig uur per dag zorg nodig heeft nog geen tien maanden geleden een prachtig, volmaakt kind was. Een kind met onbegrensde mogelijkheden en een stralende toekomst. Nu denk ik elke dag: ‘Had ik Josefien ook maar stiekem laten inenten’.

Toen zij nog een baby was, leefde de hele kwestie niet zo. Ik heb nooit vraagtekens gehad bij het hele vaccinatieverhaal. Het gebeurde gewoon niet, zo simpel was dat. Fien was zestien maanden toen ik haar in haar bedje vond, onder het braaksel. Ik voelde me ontzettend schuldig. Ik had er helemaal niets van gemerkt dat ze niet lekker was! Ik heb haar in bad gedaan, daarna was ze hangerig en wilde niets eten of drinken. Ik besloot onze huisarts te bellen. Ik had inmiddels Fiens temperatuur opgemeten, die was 39,8. Niet abnormaal hoog voor een baby.

‘Ik voelde dat er iets goed mis was.’

‘De huisarts dacht aan een virus. Hij zei dat ik haar maar goed in de gaten moest houden en terug moest bellen als het erger werd. Ik heb Fientje toen terug in bed gelegd en het kruisje dat ik als kind van mijn moeder kreeg boven haar bedje gehangen. Ik voelde gewoon dat er iets niet goed was, maar ik wilde niet overbezorgd lijken en de dokter nog eens bellen voordat er iets veranderd was. Om de tien minuten ging ik bij haar kijken Een paar uur later werd Fien helemaal grauw, ze had rare vlekken op haar huid en haar ademhaling ging heel oppervlakkig. Zelfs mijn man- die niet zo snel ongerust is – vond het eng.
Omdat het inmiddels avond én weekend was zijn we naar de eerste hulppost van het ziekenhuis gereden. Daar bleek dat Fien ernstig was uitgedroogd. Ze kreeg vocht toegediend. Omdat niet duidelijk werd wat er aan de hand was besloot de arts een ruggenprik te doen. Daaruit bleek dat Fien hersenvliesontsteking had. De bacteriële vorm, veroorzaakt door de meningokokkenbacterie waar je normaliter via de BMR-vaccinatie tegen bent ingeënt…..Mijn wereld stortte in.’

‘Dit soort dingen overkwamen toch alleen andere mensen?’

‘Ik zal wel naïef zijn, maar ik had het irreële idee gehad dat ons niets kon overkomen. Dat we beschermd werden door de Heer, zou je kunnen zeggen. Dit soort dingen overkwam alleen andere mensen. Wat had ik het mis. Fien huilde heel veel. Neurologische onrust, noemde de arts dat. Uiteindelijk heeft ze zes weken in het ziekenhuis gelegen. Mijn man en de rest van de familie bad veel voor haar genezing.
Tijdens die periode merkte ik voor het eerst dat ik weerstand kreeg tegen hun onwrikbare geloof. Ik werd kriegel van de verhalen dat we op God moesten vertrouwen en, als ik eerlijk ben, was ik ronduit boos. Ik hád op God vertrouwd en toch was dit ons overkomen! Wij hadden nooit iemand kwaad gedaan, laat staan Fien, een onschuldig kind! Toen we haar uiteindelijk mee naar huis mochten nemen was het alsof we een vreemd kind ons huis binnenhaalden. Fientje was altijd een heerlijk eigenwijs meisje geweest, nu kon ik amper contact met haar krijgen. Van de oude Fien is niets meer te bekennen. Ze huilt nog steeds veel en heeft last van spasmen. Ook is ze aan de rechterkant doof en heeft ze hersenschade opgelopen door ademhalingsproblemen door haar ziekte zijn opgetreden. Hoe erg de schade precies is, dat zal later moeten blijken.’

‘Een simpel prikje…meer was er niet nodig geweest om dit te voorkomen.’

‘Ik weet dat het slecht is dat ik me niet neerleg bij mijn lot, maar ik voel ontzettend veel wrok. Tegen God, maar ook tegen onze hele gemeente en zelfs tegen mijn man. Dit had voorkomen kunnen worden. Ik herinner me zo goed hoe het was vóór Fien ziek werd.. een simpel prikje, meer was er niet voor nodig geweest om mijn meisje dit te besparen.

Hoezeer ik me ook probeer te richten op wat Fien nog wel kan, toch groeit mijn frustratie met de dag. Er wonen veel kinderen in onze buurt die jonger zijn en op een bepaald moment ineens dingen kunnen die Fien niet kan, en waarschijnlijk ook nooit zal leren. Je mag geen kinderen met elkaar vergelijken – ik heb altijd geleerd dat iedereen uniek en waardevol op zijn of haar eigen manier is – maar ik merk dat ik het onbewust toch doe. En het doet zoveel pijn.

‘Hoe kan het Gods wil zijn om een klein meisje haar toekomst te ontnemen?’

Het ergste van dit alles is misschien nog wel dat ik nergens heen kan met mijn gevoelens. Zelfs met degene die het dichtst bij me zou moeten staan, mijn man, kan ik er niet over praten. Natuurlijk, ik zie dat ook hij verdriet heeft. Ik heb hem al een aantal keren naast Fiens bedje zien zitten met zijn hoofd in zijn handen, maar hij lijkt wel geprogrammeerd. Het enige wat eruit komt is dat het Gods wil is geweest, en dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Dan wil ik hem wel door elkaar rammelen…hoe kan het dat het Gods wil is om een klein meisje haar toekomst te ontnemen?
Ik zou willen dat God me sterker maakte in mijn geloof, want als ik eerlijk ben, wankelt dat op zijn grondvesten. Mensen proberen me te troosten door te zeggen dat ze weten wat ik doormaak, maar de waarheid is dat ze het niet weten. Ze hebben geen idee. Ik ben niet alleen mijn kind kwijt, maar dreig ook de ankers van mijn bestaan, mijn geloof, de dingen waarvan ik wist dat het waarheid was, kwijt te raken. En daarmee mijn huwelijk, want ik maak me geen illusies over het begripsvermogen van mijn man.

‘Blijkbaar ben ik niet zo gelovig als ik dacht..’

Tot op de dag van vandaag noemde ik mezelf een kind van God, ik was er zo stelling van overtuigd dat de Bijbel de enige waarheid bracht dat niets of niemand kon me daaraan doen twijfelen. Maar als ik nu naar mijn kind kijk twijfel ik aan alles. Het kind wat niet meer ondeugend uit haar ogen kijkt, maar glazig in het niets staart. Heb ik mijn leven misschien gewijd aan een leugen?
k heb steeds vaker het gevoel dat het geloof onhaalbare eisen stelt aan ons. Eisen waar niemand ooit aan kan voldoen. Mijn geloof is me bijgebracht vanaf een leeftijd dat ik nog niet instaat was te begrijpen wat het inhield. Ik ben er altijd door omringd geweest, en ben nooit in een situatie terecht gekomen die me eraan deed twijfelen. Blijkbaar ben ik toch niet zo goed en verheven als dat ik altijd dacht. Niet zo gelovig als ik dacht. Maar aan de andere kant: Misschien is dit wel mijn straf, omdat ik hoogmoedig was.

Maar eerlijk gezegd geloof ik dat niet. Ik geloof echt nog wel in God, maar mijn god is barmhartig. Waar is de barmhartigheid is dit hele verhaal? De vragen blijven maar komen… ik hoorde ooit iemand zeggen: ‘Sommige beslissingen, de belangrijkste meestal, vereisen totale toewijding. Toch geven ze geen enkele garantie.’ Dat zal allemaal wel waar zijn. Maar dat betekent toch niet dat je je vragen niet meer serieus neemt?’


*Dit artikel verscheen eerder in Mama Magazine