Artikelen

Deze moeder wilde haar baby van het balkon gooien

Uit een recente Amerikaanse studie onder 85 jonge moeders en vaders blijkt dat 89 procent van de nieuwe ouders last hebben van dwanggedachten, die verband houden met hun kinderen. Concreet gesteld: gedachten waarbij hun baby’s verstikt, mishandeld of verwond worden. De meeste ouders ervaren deze gedachten als een soort mentale ruis die zich relatief makkelijk laat verwerpen, waarna ze verder gaan met waar ze mee bezig zijn. Voor Bianca was dat anders. Steeds terugkerende dwanggedachten maakten haar depressief en gaven haar het gevoel dat er iets mis met haar was. Daarbij werden de dwanggedachten steeds hardnekkiger, tot ze zich niet meer lieten onderdrukken..

Bianca:

”In december 2015 beviel ik van een prachtige dochter: Bente*.
In de weken erop probeerden we, zoals alle nieuwe ouders, te wennen aan ons nieuwe leven met zijn drieën. We waren ontzettend verliefd op onze dochter, dus toen ik met tussenpozen nare gedachten kreeg waarin ik me voorstelde dat ik haar liet vallen, of dat ze zou ophouden met ademen omdat ik per ongeluk bovenop haar was gaan liggen tijdens het voeden, weet ik dat aan een combinatie van slaapgebrek en de realisatie van de nieuwe, grote verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het moederschap.

Al snel werd het echter een regelrechte obsessie. Steeds opnieuw kwamen er beelden en ideeën in mijn hoofd die ik niet wilde. Die ik zelfs afschuwelijk vond. Het waren niet zomaar gedachten. Het waren scènes uit een film die echt zou kunnen gebeuren. En elke keer als ik die film in mijn hoofd afspeelde kreeg ik een fysieke reactie. Ik werd letterlijk misselijk van angst.

Ik droeg Bente bijvoorbeeld in de draagdoek terwijl ik de trap van ons appartement afliep. Dan zag ik voor me hoe ze uit de draagdoek zou glijden en haar hoofdje als een meloen op de straat zou ontploffen. Tijdens het autorijden beeldde ik me in dat ik te hard zou remmen, waardoor mijn dochtertje door de voorruit zou vliegen.

We woonden in de buurt van een vijver. Voordat Bente geboren was verheugde ik me erop om samen met haar de eendjes te voeren. Nu voelde ik alleen maar paniek als ik aan de vijver dacht. Wat als de kinderwagen in het water zou rollen? De paniek zorgde ervoor dat mezelf steeds moest blijven herhalen: ‘’Ze is veilig in de kinderwagen.” Of als Bente sliep: “Ze ligt veilig in haar bedje.”

Maar het hielp niet. Niets hielp. En al snel het was niet alleen de vijver, het autorijden of de betonnen trap. De visioenen werden steeds complexer en angstaanjagender,  en ik kon niets doen om ze te stoppen.

Voorwerpen begonnen me angst aan te jagen. Messen bijvoorbeeld. Zelfs een bot keukenmes, zo een waar je boter mee snijdt, kon immense onrust veroorzaken. Toen we een keer lunchten in een eetcafeetje wees het mes bij Daniels bord in Bente’s richting. Ik voelde een golf van angst en verhuisde het mes naar de andere kant van de tafel, zelfs al zei ik tegen mezelf dat het haar absoluut niet kon raken.

Mijn angst werd zo irrationeel, dat zelfs objecten die de vorm van een mes hadden, zoals een tandenborstel of een sleutel, golven paranoia veroorzaakten.

Op een middag zat ik met Daniel op de bank, toen Bente voor ons op de grond op haar speelkleed lag. Daniel bewoog zijn tenen en Bente greep er kraaiend naar. Ze lachten. Ik ook, maar van binnen voelde een misselijkmakende angst dat ik de controle over mijn voeten zou verliezen en Bente in haar gezichtje zou schoppen.

Ik had geen idee dat dit een vorm van OCD* is. ‘Dwang’ associeerde ik met honderd keer per dag je handen wassen, alleen op de witte strepen lopen op het zebrapad, of  steeds opnieuw controleren of je het gas wel hebt uitgedaan.

Daarbij schaamde ik me ontzettend. Ik durfde aan niemand te vertellen wat voor gedachten er door mijn hoofd gingen, want ik was bang dat ze zouden denken dat ik een gevaar voor mijn kind was en dat ze haar in het ergste geval zelfs van me af zouden pakken.

Op een ‘goede dag’ had ik inmiddels zo’n twintig dwanggedachten. Het is verbazingwekkend hoe normaal je kunt blijven functioneren met een doorlopende horrorfilm in je hoofd. De enige bij wie ik niet ‘normaal’ was, was Daniel. Alles wat ik gedurende mijn interactie met vreemden opkropte, alle stress, kreeg hij ‘s avonds voor zijn kiezen. Ik was voortdurend op zoek naar geruststelling, naar bevestiging dat ik niet gek was.

Natuurlijk was de situatie niet vol te houden. De interne dialoog die ik al snel vrijwel dagelijks met mezelf voerde verliep zo ongeveer als volgt:

‘Het is half zes. Om vijf uur was hij klaar met werken. Misschien werkte hij een kwartiertje langer. Drie kwartier rijden naar huis. 45 minuten. Dat is niet te lang. Je kan dit. Het gaat goed met je. 45 minuten. Dat is genoeg tijd om haar pijn te doen.

O god, wat als ik haar pijn doe. Welke moeder denkt zo? Wat is er mis met mij? Wat als Daniel thuis komt en Bente dood is? Doe niet zo belachelijk. Je bent niet je gedachten.

Nog 40 minuten. Begin gewoon met eten maken.  Het was wel veel makkelijker om het eten klaar te krijgen zonder een krijsende baby. Betekent dit dat ik haar eigenlijk niet wil? Betekent dit dat ik van haar af wil? Want ik  weet hoe mensen dat doen. Straks word ik een van die mensen op het nieuws: ‘Familiedrama in rustig dorp in de Randstad.’

Hou op. Stop. Natuurlijk was het makkelijker zonder kinderen. Dat wil niet zeggen dat ik niet van Bente houd.

Het was gewoon simpeler allemaal, zonder baby. Dat is niets meer dan de waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat ik haar kwijt wil. Nog 35 minuten. Ik zal het straks eens aan Daniel vragen, als hij er is. Of hij het ook makkelijker vond, zonder baby. Hij heeft beloofd om het me eerlijk te vertellen als ik hem bang zou maken met wat ik zei. Maar wat als ik gewoon goed kan acteren? Wat als ik echt een monster ben? Nog 32 minuten. Wat kan ik maken zonder mes? Ik weet dat het in de vaatwasser zit. Wat als ik pak het en …STOP met je dit voor te stellen. STOP. STOP STOP.

Pasta. Ik kan pasta maken. Als Bente in de andere kamer is, zal ik haar geen pijn doen.

Roer je stomme pasta. Roeren. Roeren. Zing een liedje. Dan denk je niet aan andere dingen.

Wat als Daniël echt denkt dat ik gek ben en hij doet net alsof het niet zo is? Oh Jezus, denkt hij  dat ik gek ben? Het spijt me zo, dat ik hem dit aandoe.’

En zo ging het verder. En verder, en verder. Totdat Daniel thuiskwam en me vertelde dat ik niet gek was, maar dat ik misschien echt eens met iemand moest gaan praten. Maar dat durfde ik niet, want stel je voor dat mijn arts zou beslissen dat ik mijn dochter geen veilige omgeving kon bieden?

Keer of tien

De nachten waren minstens zo erg. Ik controleerde tussen 01.00 uur en 6 uur ’s ochtends wel een keer of tien of Bente nog ademde, waarna ik vocht tegen de gedachte dat er een knuffelbeest op haar hoofdje zou rollen waardoor ze zou stikken. Voor de geboorte was me vaak aangeraden om te gaan slapen wanneer de baby slaapt. Dat was nu volslagen ondenkbaar.

Het was niet zo dat ik gewoon niet kon slapen, ik hield een wake. Wat als ik zou slapen, precies op het moment dat Bente stopte met ademhalen? Wat als ze me nodig had en ik was er niet? Wat als, wat als, wat als. Door geen moment van haar zijde te wijken, wist ik in ieder geval dat ik mezelf niets zou kunnen verwijten als ze plotseling stierf.

Natuurlijk was ik binnen de kortste keren volledig opgebrand. Ik voelde me waardeloos en schuldig. Ik begon te googelen naar postpartum depressie. Mijn oma had een geschiedenis van manische depressiviteit en doordat ik vroeger met een eetstoornis had geworsteld was ik statistisch gezien een risico. Ik herkende me echter niet in de beschrijvingen die ik tegenkwam, behalve dan de non-stop paniek. Niemand had me ooit verteld dat  angst en dwanggedachten een onderdeel van postpartum depressie konden zijn.‘’

Veel jonge ouders overwinnen dwanggedachten zonder professionele hulp. Maar wanneer dwanggedachten of dwanghandelingen het vermogen van een ouder om te functioneren of een band met de baby op te bouwen in de weg staan, of als ze veel angst en stress veroorzaken, is het tijd om hulp te zoeken. Helaas gaan nieuwe moeders vaak gebukt onder gevoelens van schuld en schaamte en blijven ze stil.

Voor Bianca kwam de doorbraak tijdens een routine check up op het consultatiebureau:

‘‘De arts me vroeg hoe het ging, en ineens kon ik de facade niet langer volhouden. Ik barstte in tranen uit en zei dat ik voortdurend doodsbang was. Ik ben nog steeds enorm dankbaar dat ik een arts trof die de juiste vragen stelde. Ze stelde me gerust en zei dat mijn gedachte niet normaal waren, maar wel dat ze vaker voorkwamen. En dat er hulp voor me was. Uiteindelijk kreeg ik een recept voor Sertraline, een angstremmer, en een verwijzing voor psychische ondersteuning.

Door de Sertraline is mijn kwaliteit van leven binnen de kortste keren ongelooflijk verbeterd. Ik ervaar soms nog steeds paniek, maar het is nu te hanteren. Ik kan mezelf spreken van de richel wegpraten, bij wijze van spreken.

Bente is nu bijna een, maar ik zie mezelf nog niet snel afstappen van de medicijnen. Laatst waren we een midweek naar het buitenland, en verloor ik het etuitje met medicatie. Na drie dagen zonder namen mijn angsten weer enorm toe. Of dat nu psychosomatisch was, of echt, doet er niet toe. Ik ben er in ieder geval niet klaar voor om te stoppen.

Met medicatie en met de handvatten die ik in therapie heb geleerd, kan ik nu eindelijk genieten van mijn dochter. Het was een lange reis, en ik ben er nog lang niet. Elke dag nog moet ik mezelf eraan herinneren dat de werkelijkheid afwijkt van mijn angsten. Toch gaat het elke dag een stukje beter. Ik zou alleen willen dat ik had geweten dat er meer postpartum problemen zijn dan alleen depressie.’’

*OCD staat voor obsessief-compulsieve stoornis. Een psychische aandoening die in het DSM-IV is gecategoriseerd als angststoornis. De oude naam van de aandoening is dwangneurose. OCS komt in verschillende vormen voor, maar het meest voorkomende kenmerk is een obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren, die rituelen worden genoemd. De patiënt voert deze handelingen (compulsies) uit als reactie op dwangmatige gedachten (obsessies). Voor anderen lijken deze handelingen overbodig en zij hebben ook geen oog voor de details, maar voor de patiënt zijn deze handelingen van vitaal belang en moeten ze volgens een bepaald patroon worden uitgevoerd om vermeende nadelige gevolgen te voorkomen.

*Op verzoek van de geïnterviewde zijn de namen in het stuk gewijzigd.

Image by Bea Bu from Pixabay